Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd hoe brandslanghaspels moeten worden onderhouden / gekeurd en of dit ook voor nieuw geplaatste BSH van toepassing is.

Onderhoud en keuring van brandslanghaspels roept vaak vragen op. Deze veiligheidsvoorziening valt namelijk onder verschillende vormen van wetgeving en bijbehorende normen.

 

Gebruiksbesluit

Vanuit het Besluit Brandveilig Gebruik Gebouwen dient de brandslanghaspel als brandblusmiddel 'eenmaal per jaar op adequate wijze te worden gecontroleerd'. En dat moet gebeuren volgens NEN-EN 671-3. Eenmaal per vijf jaar moet hij volgens die norm worden onderworpen aan een persproef tot 1200 kPa.

 

NEN 1006

Brandslanghaspels kunnen deel uitmaken van een collectieve leidingwaterinstallatie in een gebouw. Omdat de kranen ervan maar zelden worden geopend kunnen ze worden beschouwd als 'dode leidingeinden', zoals die bij installaties in het kader van NEN 1006 moeten worden voorkomen. Daar kan ophoping en vermenigvuldiging van de bacteriën immers het eerst ontstaan. En bij een voorgeschreven periodieke thermische desinfectie worden deze plekken niet (goed) bereikt.

Daarom dient de aansluiting van de brandslanghaspel aan de installatie al bij het begin te worden beveiligd met een terugstroombeveiliging. Deze valt onder het onderhoudsplan dat moet worden opgesteld als onderdeel van het beheerplan dat voor collectieve waterleidinginstallaties wordt voorgeschreven vanuit de overheid.

 

NEN-EN 671

Deze NEN-EN 671 deel 3 'Vaste brandblusinstallaties - Slangsystemen - Deel 3: Onderhoud van slanghaspels met vormvaste slang en slangsystemen met plat-oprolbare slang' is recentelijk vernieuwd.

Wanneer de brandblusinstallatie een afzonderlijke installatie is, die slecht op één punt is gekoppeld aan de collectieve leidingwaterinstallatie dus met maar één beveiligingseenheid, dan is het onderhoudsplan in het kader van de legionellawetgeving snel gemaakt.

En het onderhoudswerk al net zo snel uitgevoerd. Als alle brandslanghaspels afzonderlijk zijn aangesloten, dan wordt het werk bij de periodieke controle of inspectie, en het bijhouden van het logboek hierover, al een stuk meer.

 

Vakbekwame installateur

Onderhoud en inspectie dienen zoals gezegd te worden uitgevoerd volgens de nieuwe NEN-EN 671-3, en wel door wat wordt genoemd 'een vakbekwame persoon'. Bij voorkeur zijn dat hiervoor gecertificeerde installateurs.

De installatie-eigenaren zijn hiertoe niet direct verplicht, maar als zij dat wel doen dan hebben ze meer zekerheid te hebben voldaan aan hun wettelijke (zorg)plicht voor veilig drinkwater en een brandveilig gebouw.

 

Jaarlijkse inspectie en onderhoud

De inspectie en het onderhoud behoren te worden uitgevoerd door een deskundig persoon (onderhoudspersoon).

Bij aanvang van de inspectie wordt de brandslang geheel uitgerold en onder de beschikbare werkdruk gezet.

 

Aansluitend worden de volgende aspecten gecontroleerd:

• De toegang tot de brandslanghaspel en/of het brandslangsysteem mag niet zijn geblokkeerd en de brandslanghaspel en/of het brandslangsysteem mogen geen beschadigingen, gecorrodeerde delen (roestvorming), of lekkages vertonen;

• De gebruiksaanwijzing moet duidelijk en goed leesbaar zijn.

• De plaats van de brandslanghaspel of het brandslangsysteem moet duidelijk herkenbaar zijn aangegeven.

• De gebruikte wandbevestigsmiddelen moeten voor de toepassing geschikt zijn en op de juiste manier doelmatig, vast en stevig zijn aangebracht.

• De doorstroming van het water (debiet) moet gelijkmatig en voldoende zijn (aanbevolen wordt om bij de controle een debietmeter en een manometer te gebruiken).

• Wanneer een manometer onderdeel uitmaakt van de brandbestrijdingsvoorziening, dan moet deze naar behoren functioneren binnen het geldende werkingsbereik van de installatie.

• Over de gehele lengte van de brandslang mogen geen scheurtjes, vervormingen, slijtageplekken, of andere beschadigingen worden aangetroffen. Wanneer de slang een beschadiging vertoont (ongeacht de omvang ervan), dan moet de slang worden vervangen of met de maximaal toelaatbare werkdruk worden beproefd 5) op de aanwezigheid van mogelijke lekkages.

• De slangklemmen moeten van het juiste type zijn, en goed zijn bevestigd

• De trommel van de brandslanghaspel moet in beide richtingen (linksom en rechtsom) zonder belemmeringen kunnen worden gedraaid.

• Bij zwenkbare brandslanghaspels moet het draaigewricht licht draaien en moet de haspel over een hoek van 180° zonder belemmeringen naar buiten kunnen worden gedraaid.

• Bij handbediende brandslanghaspels moet de hoofdafsluiter van het juiste type zijn, licht bedienbaar en naar behoren functioneren.

• Bij brandslanghaspels met een automatische afsluiter moet de afsluiter naar behoren functioneren.

• De watertoevoerleidingen moeten in een deugdelijke staat zijn; speciale aandacht moet worden gegeven aan het controleren op zichtbare beschadigingen en slijtages van flexibele leidingen bij o.a. zwenkbare brandslanghaspels;

• Wanneer de brandbestrijdingsvoorziening is voorzien van een haspelkast, dan mag deze geen beschadigingen vertonen en moet(en) de deur(en) daarvan ongehinderd geopend kunnen worden.

• De straalpijp moet van het juiste type zijn en naar behoren functioneren;

• Een eventueel aanwezige slanggeleider moet correct functioneren, en op de juiste plek vast en stevig zijn bevestigd.

• Elke brandslanghaspel of brandslangsysteem moet na een inspectie en onderhoud direct weer gereed worden gemaakt voor gebruik.

• Wanneer een omvangrijke onderhoudsbeurt noodzakelijk is, dan moet de brandslanghaspel en/of het brandslangsysteem met het opschrift “BUITEN GEBRUIK” worden gekenmerkt en moet de deskundige persoon de betreffende verantwoordelijke persoon (gebruiker of eigenaar) hierover in kennis stellen.

 

Etiket voor de inspectie en het onderhoud

De gegevens over de inspectie en het onderhoud behoren op een etiket te worden vermeld. Het etiket mag geen enkele markering van de producent afdekken of onleesbaar maken.

 

Op het etiket (keuringsstikker) behoren de volgende gegevens te staan:

• het woord “GECONTROLEERD”

• naam en adres van de onderhoudsleverancier van de brandslanghaspel of het brandslangsysteem;

• kenmerk waarmee de betrokken deskundige persoon geïdentificeerd kan worden;

• datum (jaar en maand) van de laatste inspectie, het onderhoud en de beoordeling

 

Nieuwe Brandslanghaspels

Uit bovenstaande kan dus worden geconcludeerd dat er meer aspecten zitten aan een keuring / inspectie dan alleen maar aan de fysieke brandslanghaspel zelf.

Hierdoor is er dus ook een noodzaak om de BSH en de manier van montage en correcte werking te laten keuren / inspecteren bij 1e montage.

Tevens geeft dit de zekerheid dat kenbaar word gemaakt wanneer de BSH voor het eerst zal moeten worden gekeurd / inspecteert en zal worden opgenomen in een keuring / onderhoudsplan.

 

Bron: NEN 1006, NEN-EN 671-3 en gebruiksbesluit

 

 

 

download-pdf