Welke regelgeving geldt op dit moment voor Legionellapreventie in leidingwatersystemen?

 

Op 18 oktober 2004 is een wijziging van het Waterleidingbesluit gepubliceerd (Staatsblad 2004, nr. 576), die op 28 december 2004 van kracht is geworden.

Dit gewijzigde Waterleidingbesluit is de opvolger van de zogeheten Tijdelijke regeling.

Door toevoeging van Hoofdstuk IIIC aan het Waterleidingbesluit is de Tijdelijke regeling omgezet in een algemene maatregel van bestuur.

De Tijdelijke regeling is begin 2002 op verzoek van de Tweede Kamer geëvalueerd.

De resultaten van deze evaluatie en de ervaringen die sinds de inwerkingtreding van de tijdelijke regeling zijn opgedaan, hebben ertoe geleid dat de regels in het Waterleidingbesluit op een aantal punten afwijken van de tijdelijke regeling.

Op grond van Hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit zijn eigenaren van bepaalde risicovolle collectieve leidingwaterinstallaties verplicht om een risicoanalyse uit te voeren, zonodig een beheersplan op te stellen, periodieke metingen op legionella uit te laten voeren en maatregelen te nemen om de gezondheidsrisico's van legionellabacteriën te voorkomen.

Het gaat om ziekenhuizen, zorginstellingen, verblijfsaccommodaties, asielzoekerscentra, penitentiaire inrichtingen, zwem- en badinrichtingen, kampeerterreinen, en jachthavens. Voor alle eigenaren blijft wel de verplichting bestaan om te zorgen dat het ter beschikking gestelde water deugdelijk is en geen gevaar oplevert voor de gezondheid (de 'zorgplicht').

Voor meer info over de verschillen tussen Tijdelijke regeling en gewijzigde Waterleidingbesluit, zie het informatieblad 'Legionellapreventie in leidingwater Hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit' onder Publicaties.

 

Wat is een collectieve leidingwaterinstallatie?

Een collectieve leidingwaterinstallatie is een installatie waarmee water aan derden beschikbaar wordt gesteld. Dat houdt grofweg in dat als water niet uitsluitend in huiselijke kring wordt gebruikt, er sprake is van een collectieve leidingwaterinstallatie. Dit geldt dus sowieso voor bedrijven.

Bijvoorbeeld een slagerij waar personeel uit een kraantje water kan drinken en zijn handen kan wassen. Hetzelfde geldt voor een café, koekfabriek, assurantiekantoor, zwembad, supermarkt of paramedisch centrum waar werknemers en/of klanten een watertappunt (kraan, douchekop of bijvoorbeeld hogedrukspuit) kunnen gebruiken.

Ook in een studentenhuis of een woonflat is sprake van een collectieve leidingwaterinstallatie. De eigenaar van het gebouw verhuurt de kamers of appartementen. Hij stelt het water daarmee beschikbaar aan derden.

Het maakt ook niet uit of water via het waterleidingbedrijf wordt geleverd of dat het in eigen beheer wordt gewonnen. Vooral bij campings komt het wel voor dat de beheerder zelf water uit de grond pompt of het op een andere manier wint. Ook hier geldt de stelregel: als het water (ook) gebruikt wordt door derden, dan is sprake van een collectieve leidingwaterinstallatie. De eigenaren van zo'n installatie zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het water dat via de collectieve leidingwaterinstallatie uit de kraan komt. De eigenaar moet dan maatregelen treffen, zoals bijvoorbeeld het maken van een risicoanalyse.

 

Voor welke collectieve leidingwaterinstallaties moet een risicoanalyse worden gemaakt?

Voor ziekenhuizen, zorginstellingen, verblijfsaccommodaties, asielzoekerscentra, penitentiaire inrichtingen, zwem- en badinrichtingen, kampeerterreinen, en jachthavens geldt op basis van het nieuwe Hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit dat zij een risicoanalyse en een beheersplan moeten laten maken en op basis daarvan de nodige maatregelen moeten nemen. Voor alle overige locaties geldt de algemene zorgplicht uit de Waterleidingwet en het Waterleidingbesluit, die inhoudt dat de eigenaar verantwoordelijk is voor de deugdelijkheid van het leidingwater dat hij beschikbaar stelt.

 

Welke apparatuur valt onder de verplichting voor het maken van een risicoanalyse?

De risicoanalyse in het kader van Hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit strekt zich in principe uit over de gehele collectieve leidingwaterinstallatie en richt zich op het besmettingsrisico van die tappunten die zijn bestemd voor huishoudelijk gebruik, zoals douchen, baden, koken en (af)wassen.

 

Wie is verantwoordelijk voor de collectieve leidingwaterinstallatie?

Eigenaren van collectieve leidingwaterinstallaties zijn hiervoor verantwoordelijk.

Dat is dus de eigenaar van een gebouw, kantoor of fabriek waarin zich een collectieve leidingwaterinstallatie bevindt. Ook al heeft de eigenaar de zorg voor de leidingen en waterkwaliteit van zijn pand overgedragen aan een beheerder, hij blijft de verantwoordelijke. De eigenaar kan de beheerder vragen maatregelen te treffen om legionellabesmetting te voorkomen. Hij is en blijft echter zelf verantwoordelijk.

Om de kwaliteit van het water te waarborgen, moet de eigenaar maatregelen nemen om legionellabesmetting zoveel mogelijk te voorkomen.

 

Waarvoor is de eigenaar van een pand met een collectieve installatie verantwoordelijk?

Het waterleidingbedrijf is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het water en de leidingen tot aan de hoofdkraan van uw gebouw, kantoor of fabriek. Wint u zelf water (komt vooral voor bij kampeerterreinen) dan bent u verantwoordelijk voor de gehele installatie van winning tot en met de kranen, douchekoppen en voetwasbakken aan toe. Levert het waterleidingbedrijf het water dan draagt u als eigenaar van een pand met een collectieve leidingwaterinstallatie de verantwoording voor de leidingen (en de waterkwaliteit in die leidingen) vanaf de hoofdkraan tot en met de tappunten.

 

Wat houdt een risicoanalyse in?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten risicoanalyse: een beperkte en een uitgebreide. Een beperkte analyse kan worden uitgevoerd als geen inadembare aerosolen vrijkomen. Een aerosol is een uiterst fijne nevel van waterdeeltjes in de atmosfeer. Bij een beperkte risicoanalyse volstaat veelal een inventarisatie van de tappunten. Heeft een beheerder of eigenaar van een collectieve leidingwaterinstallaties in zijn pand wel te maken met douches of andere tappunten die aerosolen verspreiden, dan is een uitgebreide risicoanalyse nodig. Dat is natuurlijk het geval bij douches, maar kan ook bij andere activiteiten waarbij water wordt versproeid of verneveld. Voor deze analyse moet de hele waterinstallatie worden gecontroleerd. Alleen op die manier kunnen eventuele risico's op legionellagroei in kaart worden gebracht.

 

 download-pdf